De meeste microscopen worden standaard uitgerust met objectieven 4/0.10, 10/0.25, 40/0.65 en 100/1.25. Een objectief 20/0.40 of 25/0.45 werd en wordt alleen op speciaal verzoek bijgeleverd. Dit terwijl een 20/0.40 of 25/0.45 één van de meest nuttige en prettig te gebruiken objectieven is. Wie overweegt een nieuwe microscoop aan te schaffen kan veel beter voor een 20/0.40 objectief kiezen dan een 100/1.25 objectief. Achromaten met een 20x of 25x vergroting zijn allrounders en hebben vele voordelen. Deze objectieven vullen het gat tussen de 10x en 40x op. Een 40x objectief is voor vele objecten al gauw een te hoge vergroting, laat staan een 100x. Een 20/0.40 objectief geeft een mooi overzicht terwijl tegelijkertijd al veel details kunnen worden gezien. Voor het bestuderen van leven in slootwater is een 20/0.40 één van de meest nuttige objectieven. Een 20/0.40 achromaat heeft een tamelijk grote werkafstand wat prettig is bij dikkere preparaten. Tevens kan men met dit objectief heel gemakkelijk een goede schuine belichting en donkerveld belichting verkrijgen. Het donkerveld beeld van een 20/0.40 is indrukwekkend en dat komt mede door de zeer zwarte achtergrond.
Merkloze 20/0.40 objectieven kunnen via een microscoop-leverancier of op internet besteld worden. Er is echter iets vreemds aan de hand met 20/0.40 objectieven van importeursmerken: de numerieke apertuur (NA), het getal 0.40, klopt vaak niet. De NA bepaald het oplossend vermogen van het objectief en is daardoor de belangrijkste eigenschap van een objectief. Bedrijven die Chinese microscopen importeren doen zelden aan kwaliteits-controle. Het is één van de redenen waarom die microsopen en objectieven veel goedkoper zijn en waren dan die van gerenommeerde merken zoals bijvoorbeeld Zeiss, Leitz en Olympus. Waarom de NA bij met name de 20/0.40 objectieven vaak niet klopt is mij niet geheel duidelijk. Misschien treedt het probleem op omdat 20/0.40 objectieven niet standaard zijn en er te weinig van worden gemaakt.
De NA van merkloze 20/0.40 objectieven blijkt in de praktijk regelmatig kleiner te zijn in vergelijking met dezelfde objectieven van een gerenommeerd merk. Soms komt het echter ook voor dat de NA zelfs iets groter blijkt te zijn dan die van een gerenommeerd objectief. Dit is natuurlijk geen probleem. Maar wanneer de NA kleiner is dan gaat dat direct ten koste van de beeldkwaliteit. Ik heb de NA van 5 verschillende merkloze 20/0.40 objectieven met elkaar vergeleken en als referentie heb ik een Olympus 20/0.40 objectief gebruikt. De beeldkwaliteit van de objectieven varieerde van goed tot ronduit slecht.
De volgende objectieven werden getest:
- Achromaat 20/0.40, objectief met korte bouwlengte. Dit type objectief treft men vaak aan bij educatieve microscopen in het onderste prijs-segment. Parfocale lengte: 35 mm.
- Achromaat 20/0.40 45 EP. Dit objectief ben ik nog niet eerder tegengekomen. Parfocale lengte: 45 mm.
- Achromaat 20/0.40, verchroomde uitvoering. Een algemeen gangbaar type objectief dat men vaak ziet bij eenvoudigere microscopen voor het onderwijs. Parfocale lengte: 45 mm.
- Achromaat 20/0.40, zwarte uitvoering. Eveneens vrij gangbaar bij verschillende importeursmerken. Parfocale lengt: 45 mm.
- Planachromaat 20/0.40, metallic grijze uitvoering en wat uiterlijk betreft een kopie van Olympus EA objectieven. Parfocale lengte: 45 mm.
Vijf verschillende merkloze 20/0.40 achromaten, genummerd 1-5.
Belichting van de objectieven 1-5 gefotografeerd met een fase-telescoop. Het condensor-diafragma was voor alle objectieven hetzelfde ingesteld. De grootte van de verlichte cirkel geeft aan in welke mate de apertuur wordt belicht. Met andere woorden: hoe groter deze cirkel, hoe kleiner de objectief-apertuur. Het eerste objectief heeft duidelijk de kleinste apertuur.
Cymbella gefotografeerd met de objectieven 1-5. Duidelijk is dat de objectieven 1 en 2 het geringste oplossend vermogen hebben, de details van de diatomee worden het slechtst opgelost.
Een blaadje van een mos gefotografeerd met de objectieven 1-5. Ook hier is duidelijk zichtbaar dat met de eerste 2 objectieven (nummer 1 en 2) de details het minst goed worden weergegeven.
Stauroneis, gefotografeerd in schuine belichting met objectieven 1-5. Alleen met de objectieven 3 en 4 zijn wat fijnere details zichtbaar.
De eerste twee objectieven (nummers 1 en 2) zijn gewoon slecht te noemen waarbij objectief nr. 1 nog net iets slechter scoort dan objectief nr. 2. De NA van objectief nr. 1 blijkt nauwelijks groter dan die van een 10/0.25. Eigenlijk is dit een 10/0.25 objectief met een vergroting van 20x. Ik heb twee van zulke objectieven in mijn handen gehad en beiden hadden ze dit probleem. Het type objectief nr. 1 kun je o.a. aantreffen op de goedkopere Bresser en Euromex microscopen. Daar zitten dan doorgaans de gangbare objectieven 4, 10 en 40 op. Een objectief 20 van dit type bijbestellen lijkt een garantie voor teleurstelling.
Conclusie
Bij merkloze 20/0.40 objectieven blijkt de apertuur regelmatig af te wijken van de waarde die op het objectief staat vermeld. Bij de koop van merkloze 20x achromaten is het daarom aan te bevelen om navraag te doen bij de leverancier.