Introductie
Stel je een landschap voor met heuvels, valleien en dalen, begroeid met alleen mossen. Zo moet het er lang geleden uit hebben gezien. Veronderstelt wordt dat de mossen (Bryophyta) de eerste landplanten op Aarde waren. Anders dan de ‘echte’ landplanten kan men bij mossen niet spreken van wortels. Mossen hebben wortelachtige structuren (rhizoïden) waarmee ze zich hechten aan een ondergrond. De primaire functie van rhizoïden is dus niet de opname van water en voedingsstoffen, hierin verschillen ze van de echte wortels. Water en voedingsstoffen worden via diffusie door de hele plant opgenomen en met de talrijke kleine blaadjes is dat een groot oppervlak. Een mos kan in ingedroogde toestand zeer lang overleven en zodra er weer water beschikbaar is leeft de plant weer op.
De vermenigvuldiging van een mos vindt plaats via sporen en in de levenscyclus is er sprake van een zogenaamde gametofyt en sporofyt. De gametofyt is de haploïde fase van de plant terwijl tijdens de diploïde fase in de sporofyt de sporen gevormd worden. Uit een ontkiemende spore ontstaat de voorkiem of protonema, dit is de voorloper waaruit de haploïde plant wordt gevormd.
Mossen zijn dankbare objecten voor de microscopie. Een enkel klein blaadje blijkt onder de microscoop een miniatuur-bouwwerk te zijn. Bijna altijd zijn mosblaadjes slechts één cellaag dik, bij sommige soorten kan de bladrand twee of meer cellagen dik zijn. De zeer kleine cellen zijn vaak volgepropt met chloroplasten en je vraagt je soms af hoe er nog voor iets anders plaats kan zijn. Tijdens een wandeling door het bos heb ik meestal een paar potjes bij me en kan ik onderweg interessante mossen verzamelen om later met de microscoop te bekijken.
Het determineren van mossen is een vak apart en vaak is het moeilijk om de soort een naam te geven. Bij de afbeeldingen ontbreekt dan ook regelmatig de naam van het mos.
Mossen in de achtertuin
Mossen groeien overal waar het vochtig is en er genoeg licht is. Je hoeft maar naar buiten te lopen en zelfs als je een tuin met tegels hebt dan is er een goede kans dat er op die tegels mossen groeien. De volgende mossen trof ik aan in verschillende achtertuinen.
Blaadjes van een mos dat op een stoeptegel groeide. Gefotografeerd met een Zeiss-Winkel hoefijzerstatief en objectief Winkel-Zeiss 13/0.32. Links: helderveld opname. Rechts: schuine belichting.
Mosblaadjes van een mos uit dezelfde achtertuin als hierboven en eveneens groeiende op een stoeptegel. Helderveld-opnames met Zeiss-Winkel 10/0.25 (links) en Zeiss-Winkel 40/0.65 (rechts).
Een mos uit onze tuin in Zevenaar gefotografeerd met Zeiss 25/0.45 en verschillende belichtingen. Van links naar rechts: donkerveld, schuine belichting en gepolariseerd licht.
Mosblaadje van hetzelfde mos als hierboven uit de tuin in Zevenaar. Gefotografeerd in schuine belichting met Zeiss objectief 25/0.45.
Tortula
Het geslacht Tortula omvat de kronkeltandmossen. Deze mossen bevinden zich vaak op muren en boomstammen. De eerste 5 afbeeldingen hieronder zijn afkomstig van een mos dat ik aantrof op een muur aan de Maaskade in Kessel. De laatste afbeelding is gemaakt van een mos uit mijn tuin in Zevenaar.
Tortula, macroscopisch beeld links en microscopisch beeld met objectief 4/0.10 rechts.
Tortula, gefotografeerd met Zeiss-Winkel 10/0.25.
De haren van Tortula zijn hier duidelijk zichtbaar. Objectief: Zeiss-Winkel 10/0.25.
Bladuiteindes van Tortula gefotografeerd met Zeiss-Winkel 40/0.65.
Links en midden: structuur van het bladoppervlak van Tortula waarbij de zogenaamde papillen duidelijk zichtbaar zijn. Geheel rechts: onderaan het blad is vorm en grootte van cellen anders dan bovenaan in het blad. Objectief: Zeiss-Winkel 40/0.65.
Tortula uit onze tuin in Zevenaar. Dit mos groeide op het dak en was naar beneden gevallen. Links: macro-opname met Zeiss-Winkel objectief 2.5/0.06. Rechts: de structuur van het blad-oppervlak is duidelijk te zien in deze opname die gemaakt werd met Zeiss Achroplan 40/0.65.
Een levermos uit Giethoorn
Dit mos vond ik ondergedompeld in één van de sloten in Giethoorn. In de cellen zijn olie-lichaampjes zichtbaar, deze komen alleen bij levermossen (Hepatophyta) voor.
Links: macro-opname van het levermos. Rechts: micro-foto opgenomen met Zeiss-Winkel objectief 40/0.65. Hier zijn de grijze olie-lichaampjes in de cellen duidelijk zichtbaar.
Mos gefotografeerd met Zeiss-Winkel 40/0.65 in helderveld (links) en schuine belichting (rechts).
Levermos uit Heimbach
De onderstaande foto's zijn afkomstig van een levermos dat ik aantrof in de Rur bij Heimbach tijdens een vakantie daar.
Levermos aan de waterkant van de Rur in Heimbach.
Cellen met wandstandige chloroplasten en olie-lichaampjes, gefotografeerd met Olympus 40/0.65 en de HSA microscoop die ik tijdens de reis had meegenomen.
Literatuur
Landwehr, J. (1966). Atlas van de Nederlandse bladmossen. Amsterdam: uitgave Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging.
Bold, H. C. (1973). Morphology of Plants. New York: Harper & Row, Publishers, Inc.